Sauter au contenu principal
electrocd

Blogue

2899 résultats
  • 401
  • 402
  • 403
  • 404
  • 405
  • 406
  • 407
  • 408
  • 409
  • Les corps éblouis dans Gonzo Circus

    «Kritiek», Peter Wullen, Gonzo Circus, 1 décembre 1998
    mardi 1 décembre 1998 Presse

    Een interessante these die men ook kan toepassen op de fraaie 22 minuten durende compositie Les corps éblouis van Christian Calon. De uitdaging voor hem was een werk te creëren gebaseerd op metamorfose. Hij gebruikt slechts één geluidsbron, nl. een onherkenbaar vervormde elektrische gitaar die zich spiraalsgewijs een weg baant door je gehoorgang.

    Rendu visible dans Gonzo Circus

    «Kritiek», Peter Wullen, Gonzo Circus, 1 décembre 1998
    mardi 1 décembre 1998 Presse

    Elektroakoestische muziek wordt het best in een stille kamer ervaren waar slechts gedempte geluiden van de buitenwereld doorsijpelen. Auditieve gewaarwordingen worden zo dubbelgelaagd. Het geruis van een echte regenbui vermengt zich met de virtuele realiteit die uit je boxen stroomt. Kinderstemmen op straat worden verward met voicesamples die de ruimte vullen.

    Rendu visible heet de recentste cd van bruitist Darren Copeland. De drie titels van het album (Rendered visible, Reaching for Tomorrow, Night Camera) verwijzen expliciet naar visuele indrukken. Copeland gebruikt voor zijn composities geluiden uit de echte wereld om de latente visuele verbeelding van de luisteraar te prikkelen. Dat wordt het best geillustreerd in Night Camera waar drie soundscapes de auditieve verbeelding toerusten met een magische lens om onzichtbare werelden te bekijken. Interessant daarbij is dat geluiden die weggeplukt worden uit de reële wereld een directe impact hebben op de visuele verbeelding eerder dan op de auditieve. Copeland gaat daarbij nog verder. Welke sensaties ondervindt iemand die geen visuele vergelijkingen kan maken, die m.a.w. blind is van bij de geboorte? Rendu visible is een auditieve belevenis als kijkgat naar de echte wereld.

    Kaleidos dans Gonzo Circus

    «Kritiek», Peter Wullen, Gonzo Circus, 1 décembre 1998
    mardi 1 décembre 1998 Presse

    Het akoesmatische Kaleidos van Stéphane Roy is minder toegankelijk. Roy speelt met klanken en geluiden zoals een schilder met verf en kleurnuances. Als pointilisme in de muziek bestaat dan is Kaleidos daar een perfect voorbeeld van. De spaarzame tonen verspreiden zich op het eerste gehoor achteloos in alle richtingen als kleuren in een kaleidoscoop. Toch is dit een meticuleus en perfectionistisch samengesteld klankenpalet dat zijn volle rijkdom toont in Mimetismo, waar hij in de clinch gaat met de Spaanse, akoestische gitaar van Arturo Parra, en in het betoverende en kristalheldere Crystal Music.

    … een perfect voorbeeld van.

    Autour dans Gonzo Circus

    «Kritiek», Peter Wullen, Gonzo Circus, 1 décembre 1998
    mardi 1 décembre 1998 Presse

    Claude Schryer hanteert een andere methode. Hij trekt met zijn opnameapparatuur door stad en veld om auditieve sfeerbeelden te maken van het leven in de stad en op het platteland. Zijn digitale odyssee bracht hem onder meer naar Québec, Mexico, Vancouver en Montréal. In die laatste stad werd in ’96 een groots spektakel opgezet. Autour d’une Musique portuaire is een impressionistisch portret van een havenstad met zes in het ijs gevangen boten, twee treinen en de klokkentoren van de Basilique Notre Dame. Rond de geluiden van de haven weefden Tom Walsh en Jean Derome een impressionante stedelijke symfonie die door de Québécois op een staande ovatie onthaald werden.

    Zoo dans Gonzo Circus

    «Kritiek», Peter Wullen, Gonzo Circus, 1 décembre 1998
    mardi 1 décembre 1998 Presse

    Elektroakoestische muziek roept het beeld op van moeilijke en vergezochte pokkeherrie. Maar de term dekt de lading al lang niet meer. Leg je oor maar eens te luisteren bij het Canadese empreintes DIGITALes. Uit de elkaar snel opvolgende releases van het label zou je zelfs kunnen afleiden dat het genre zijn eigen weg volgt en een zekere mate van populariteit kent. Dankzij digitale opnametechnieken kan ieder op pad met een DAT-recorder en zijn eigen soundscapes maken. Het verschil zit hem natuurlijk in de verwerking, de eindmix en het montageproces. empreintes DIGITALes bevat op dat gebied zowat het kruim van de huidige generatie elektroakoestische componisten. Luister maar eens naar Zoo van Dan Lander of naar Autour van Claude Schryer. De eerste is een video-performance — en geluidskunstenaar die op een verrassende manier collages maakt van gevonden geluiden, radiofragmenten en toevallige gesprekken.

    Lander speelt op een subtiele manier met zijn geluidsmateriaal en koppelt op een grappige manier verschillende geluiden aan elkaar. De plunderphonics van Talking to a Loudspeaker zet je radio op zijn kop, haalt hem uit elkaar en steekt hem op een onverwachte manier weer ineen. Op Destroy: Information Only haalt hij via conversaties met bekenden en familie herinneringen op aan een rugoperatie die hij ooit onderging. In Zoo benadrukken de digitaal vervormde gevonden geluiden het artificiële karakter van een zoo in een urbane setting.

    Zoo

    Lieux inouïs dans Le Devoir

    «L’espace et les sons», François Tousignant, Le Devoir, 29 novembre 1998
    dimanche 29 novembre 1998 Presse

    Reprenant en ses propres mots le «qui dit quoi à qui» du Groupe de recherches musicales (GRM), Robert Normandeau publie des œuvres de jeunesse, celles qu’il avoue juger toujours assez bonnes et représentatives de son travail pour continuer de vivre sur la place publique. Dans le monde de l’électroacoustique, trop souvent aveuglement tourné vers la nouveauté technologique, il est bon de se retrouver en face d’une musique qui, même si parfois datée techniquement, n’en garde pas moins une valeur intrinsèque importante: celle du désir—et du potentiel surtout—de communication.

    Les lieux dont il est question ici sont les lieux non explorés de l’oreille, ces endroits que l’imagination poétique de Normandeau suscite, tente de créer, levant un voile sur un univers de sens que le dialogue avec sa musique voudrait provoquer. La question de la perception réside alors plus dans «qu’est-ce que je, auditeur, veux prendre avec moi pour en faire quelque chose et partager cette découverte avec le compositeur qui m’en a ouvert le chemin? À quel carrefour nous rencontrerons-nous?».

    Cela semble ardu? Pas vraiment. On entend dire souvent de la musique «moderne» qu’on n’y comprend rien. À bien y penser, au fait, que comprend-on d’une symphonie de Haydn? En appliquant les mêmes stratégies perceptives aux deux répertoires on obtient des réponses souvent identiques même si le plus nouvel objet parait plus irréductible à l’analyse usuelle, ou que sa non-familiarité — donc sa non-conformité à un code culturel établi et accepté — nous le rend moins sympathique.

    C’est uniquement question de préjugé que la musique de Normandeau, après quinze minutes d’écoute attentive, va rapidement réduire en miettes. Cela ne veut pas dire qu’il faille tout aimer. La poésie séductrice de bien des trames sonores ici présentées va convaincre bien des récalcitrants tout en laissant bien des adeptes froids.

    C’est que Normandeau s’applique délicatement, tout au long des œuvres, à trouver la cohérence psychologique du tissu acousmatique, ne jouant jamais le jeu de l’agression per se, préférant aller plus loin dans les sombres ombres du sens en devenir. Mémoires vives en est le plus bel exemple a mon avis.

    Je n’ai qu’un seul regret: cette musique si vibrante en salle avec l’orchestre de haut-parleurs perd un peu de perspective, ainsi réduite aux deux canaux de notre limitative stéréophonie domestique. Je préfère ce regret au silence.

  • 401
  • 402
  • 403
  • 404
  • 405
  • 406
  • 407
  • 408
  • 409