Skip to main content
electrocd
  • This website is also available in English.

Blog

2899 results
  • 115
  • 116
  • 117
  • 118
  • 119
  • 120
  • 121
  • 122
  • 123
  • Louis Dufort in La Presse

    “Louis Dufort: vous avez bien dit néguentropique?”, Alain Brunet, La Presse, February 21, 2013
    Thursday, February 21, 2013 Press

    Quatuor à cordes, bande électroacoustique, vidéo de synthèse en 3D: telles sont les composantes de l’œuvre pluridisciplinaire que suggère Louis Dufort, ce vendredi à la Salle Bourgie. Présenté une première fois en juin 2011, Quatre histoires néguentropiques est le seul projet du genre intégrant toutes les pratiques créatives du compositeur.

    Louis Dufort rappelle son rapport à la danse contemporaine:

    «Une mes activités artistiques consiste à créer des environnements sonores pour cette discipline; à ce titre, j’ai créé les sons d’une dizaine de productions de Marie Chouinard. Ce qui explique la participation de Lucy M May, qui travaille avec Marie. Il y a deux ans, cette dernière faisait partie du spectacle — alors que Lucy sera seule, cette fois.»

    Louis Dufort rappelle sa pratique de vidéaste d’art:

    «Depuis tout petit, je m’intéresse aux arts visuels et aux œuvres immersives. Ça fait au moins une quinzaine d’années que j’intègre de la vidéo à mes œuvres. À Mutek, par exemple, j’ai fait une performance pour 10 écrans. Ça s’inscrit dans un continuum.»

    Continuum… néguentropique, Louis Dufort?

    «Néguentropique, répond-il, est l’inverse d’entropique. Cela désigne une force permettant de maintenir les parties d’un ensemble au lieu de laisser se dissiper. Dans le cas de ce projet, il s’agit de réunir les différentes pratiques et les faire évoluer de manière cohésive.»

    Quant à la musique pour bande électroacoustique et le quatuor à cordes Chorum (Emmanuel Vukovich et Lizann Gervais, violons, Marina Thibeault, alto, Raphaël Dubé, violoncelle), le compositeur l’a envisagée selon les explications qui suivent:

    «J’ai voulu ouvrir une parenthèse à mon travail que je qualifierais de maximaliste, c’est-à-dire assez complexe, touffu, inspiré de l’approche systémique. Cette fois, au contraire, j’explore la simplicité à travers quatre «histoires», musiques plutôt ambient qui peuvent se rapprocher de la musique répétitive américaine ou du minimalisme techno d’artistes comme les Suédois Adam Beyer et Cari Lekebusch, de l’Italien Marco Carola. Musiques répétitives, abrasives, très groovy, qui génèrent une sorte de transe. Il y a un fond de groove dans mes affaires!»

    Plus précisément, la musique de ces «histoires néguentropiques» se décline comme suit:

    «J’ai créé des motifs répétés à la manière d’ostinatos. Les parties éthérées de la pièce se transforment à travers des ritournelles dont l’amplitude ne cesse de croître, mais sans processus de déphasage à la Steve Reich. Ainsi, j’ai cherché à atteindre une sorte de stabilité d’écoute, suspension totale propice à des changements de dynamique.

    «Harmoniquement, toutes sortes de choses se produisent pour le quatuor à cordes. Pour ce, je me suis entre autres inspiré de l’harmonie des sphères (Pythagore), qui défend cette idée que l’univers se conçoit sur des rapports numériques harmonieux. Plus concrètement, cette musique est plutôt modale, soit d’apparence plus ancienne; cela diffère de la musique classique européenne (tonale). Dans cette même optique, le jeu du quatuor à cordes peut rappeler des musiques baroques ou anciennes — absence de vibrato, évocation de la viole de gambe ou même de bois flûtés, etc. Un jeu très délicat, en quelque sorte. Enfin, en guise d’opposition, les parties du quatuor sont entrecoupées de musiques électroacoustiques qui durent environ deux minutes et qui se veulent des contreparties très dynamiques.»

    En somme?

    «Pour que la totalité d’un tel spectacle puisse présenter de la complexité, chaque discipline impliquée doit présenter des formes simples d’apparence. Présentées de manière plus éthérée, plus lente, moins bousculée.»

    Alors? On respire par le nez (guentropique!) et on ouvre bien grand les yeux et les oreilles…

    Formes audibles in Rif Raf

    “Love on the Bits”, Fabrice Vanoverberg, Rif Raf, no. 187, February 1, 2013
    Friday, February 1, 2013 Press

    Période apparamment propice aux premières parutions discographiques, le début 2013 nous amène sur les traces de Manuella Blackburn et ses Formes audibles. Marchant sur un sentier qui mène du bruitisme alla Gert-Jan Prins à l’électroacoustique de Iannis Xenakis, avec un net penchant pour le second, la compositrice de Manchester raye de son vocabulaire les notions de facilité et de colère. Pas foncièrement accessible au néophyte, son œuvre mérite plusieurs écoutes attentives avant de dévoiler ses saveurs, étrangement pernicieuses et sensuelles.

    … de dévoiler ses saveurs, étrangement pernicieuses et sensuelles.

    À l’ombre des ondes in KindaMuzik

    “Kritiek”, Sven Schlijper, KindaMuzik, January 26, 2013
    Saturday, January 26, 2013 Press

    In het kielzog van Pierre Schaeffers klankwereld opereert Kristoff K.Roll, een van de meest bijzondere en voortreffelijke duo’s. De twee maken electro-akoestische muziek waarin improvisatie en field recordings centraal staan en daarbij reizen ze op een dichterlijke manier in geluid. Dat lijkt wellicht academisch, maar deze musique concrète toont een opvallend menselijke en verhalende maat.

    Op À l’ombre des ondes presenteren Carole Rieussec en J-Kristoff Camps twee lange delen en een kortere compositie die bedoeld zijn voor beluistering met hoofdtelefoon. En dat eigenlijk ook in steeds wisselende houdingen. De drie stukken zijn nadrukkelijk bedoeld als verschillende werelden.

    Toch is op het album weinig tot geen sprake van onsamenhangendheid. Aan de schaduwkant van de golven uit het dagelijks wakend leven staan de dromen in het centrum van de aandacht. Diverse mensen vertellen — spoken word — over hun geslapen avonturen; soms klinkt daarin verbazing, verwondering of verwarring door, een andere keer juist humor. Deze kleurrijke verhalen krijgen gezelschap van zeer spaarzame, onvermoede geluiden die textuur en contrast opleveren binnen en tegenover het narratief.

    Waar À l’ombre des ondes afgesloten van de buitenwereld beluisterd wordt, schept het album een universum in geluid en tekst, dat van een dermate indringende poëtische kracht is dat de dromen virtueel ‘tastbaar’ of ‘waar’ worden. Lopend, zittend of liggend luisteren verandert daadwerkelijk de appreciatie en interpretatie van de gedichten in klank, waardoor de luisteraar op een intrigerend koord balanceert tussen waken en slapen (lees: dromen). Omdat deze dagdromerige caleidoscoop nooit hetzelfde ‘beeld’ oplevert, grijp je met bijna kinderlijk genoegen steeds weer terug naar dit album om je mee te laten voeren in een fabelachtige tocht door de verbeelding van het duo, de personen die vertellen en je eigen fantasie.

    Formes audibles in KindaMuzik

    “Kritiek”, Sven Schlijper, KindaMuzik, January 24, 2013
    Thursday, January 24, 2013 Press

    De elektro-akoestische componiste Manuella Blackburn heeft als specialisme ‘acousmatic music’. Die term behoeft wellicht enige uitleg. Kort door de bocht komt dat neer op gecomponeerde muziek die alleen bestaat in de vorm van opnamen en waarbij uitvoering plaatsvindt door het afspelen via luidsprekersystemen van divers pluimage — niet zelden in ‘surround’. Op menig festival voor nieuwe muziek en geluidkunst zoals Kontrase, Today’s Art of Sonic Acts maakt de bezoeker kennis met dergelijk werk.

    Het Canadese label empreintes DIGITALes levert een werk voor stereo-opstelling. Deze zes vormen in klank houden de toehoorder van begin tot eind in een dynamische en ijzersterke greep, niet in het minst door klaterende verrassingen en ijzingwekkende spanning. Kristalhelder in toon en verbijsterend briljant opgenomen, weeft Blackburn strengen akoestisch instrumentarium en gevonden of elektronische geluiden door elkaar heen.

    Op Formes audibles ligt de nadruk niet op ritme of structuur, niet op textuur of melodie, maar op een fragiele (dis)balans in tonaliteit tussen verschillende instrumenten en de ‘vormen’ die hun klanken schetsen in de ruimte. Die dansen en buitelen over, onder en langs elkaar als elementen uit schilderijen van Kandinsky; speels en dartel in een weldoordacht kader. Ver voorbij de abstractie van een werkelijkheid schept Blackburn een origineel universum in geluid dat barst van de realiteitszin, juist door te excelleren in ogenschijnlijke sonische puurheid en eenvoud binnen organische complexiteit.

    Lieux imaginaires in KindaMuzik

    “Kritiek”, Sven Schlijper, KindaMuzik, January 24, 2013
    Thursday, January 24, 2013 Press

    Waar? Hier, daar, ergens, nergens… Deze vraag en de vele mogelijke antwoorden plaatst componist Steven Naylor centraal op Lieux Imaginaires. De zes stukken zijn net zoveel abstracte herinneringen aan werkelijk bezochte plaatsen als constructies van locaties die alleen in Naylor’s fantasie bestaan of zelfs waar hij nooit zou willen zijn.

    Naylor gebruikt elementen uit soundscape fieldrecordings moeiteloos naast elektro-akoestisch instrumentarium en hoorspelachtige technieken. Het levert een reis op in niets dan geluid die herinneringen oproept of juist diepe verlangens en angsten. Lieux Imaginaires pendelt tussen waarheid en in- of verbeelding en legt zo de nadruk op de bij lange na niet perfecte aard van het geheugen; zeker waar fysiek reizen sowieso voor een gevoel van ‘dislocatie’ zorgt.

    Van urbaan Japan tot de prachtigste natuur in het noorden van Thailand, van mechanische chaos naar een wereld waarin varkens kinderachtige trekken hebben, weet Naylor korte beelden op te roepen die het onderscheid tussen feit en fictie in mist doen opgaan. Zijn muziek kent zoveel associatieve mogelijkheden dat de luisteraar bijna ongemerkt een quasinarratief samenstelt uit de puzzelstukken die de composities in overvloed aanbieden. Zo probeer je een coherent geheel te maken van geluid dat bekend voorkomt en geluid dat juist totaal onbekend is.

    Aan dat ‘rekenen en ontcijferen’ voegt Naylor een niet-analyseerbare laag toe: dat wat helemaal open is voor poëtische interpretatie, namelijk het inherent onkenbare. Dat zijn de Lieux; net zozeer van Naylor als van de luisteraar. Dat ze wel of niet of misschien bestaan, doet niet ter zake. Wat ertoe doet, is dat déjà vu’s en totale verrassingen elkaar in steeds weer andere vormen en sensaties afwisselen. Zo blijkt ook het geheugen gaten en kleuring te kennen ten aanzien van deze imaginair bereisde locaties. Zozeer zelfs dat deze geluidenwereld de toehoorder elke keer opnieuw als behaaglijk vertrouwd, intrigerend nieuw of angstaanjagend onheilspellend en meer voorkomt. Reizen kortom die met geen mogelijkheid af te vinken zijn van een landkaart of lijstje.

  • 115
  • 116
  • 117
  • 118
  • 119
  • 120
  • 121
  • 122
  • 123