Skip to main content
electrocd

Blog

113 results
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • Firmament in KindaMuzik

    “Kritiek”, Sven Schlijper, KindaMuzik, October 29, 2015
    Thursday, October 29, 2015 Press

    Wagenwijd staan de ogen open. Het is nacht, met een heldere sterrenhemel boven het hoofd. Onwillekeurig worden de lichtpunten verbonden door lijnen. Nieuwe beelden ontstaan. Geluiden die daarbij horen, verzin je in je eigen binnenste. Daarover communiceren is onmogelijk, bij gebrek aan beschrijvingen. Woordeloos woekert de verbeelding rond in deze nachtmerrieloze nacht. Het duurt nog lang eer de ochtend aanbreekt. Alleen met fantasie buitelen de meest fantastische klanken stil, maar niet onhoorbaar tussen de sterren. En daar componeert Hans Tutschku.

    De Duitse geluidmeester is er vroeg bij. Al jong wordt hij professioneel actief in de muziek en van tournees met Stockhausen tot het Instituut voor Sonologie en Ircam bekwaamt hij zich in de kunst van elektronische meerkanaalspresentatie van composities. Tutschku onderzoekt in zijn werk nadrukkelijk de impact van intuïtie op computermuziek. Een kleine vonk aan inspiratie leidt hem op die golf door klankonderzoekingen. Zo triggeren piano’s die loos in een conservatorium staan het idee om de dromen van die desolate instrumenten hoorbaar te maken; de ‘onpianistische’ expressies, zoals Tutschku ze noemt. En de componist blijkt net als zijn luisteraar verbaasd over waar de research hem naar het innerlijk van de piano voert; stap voor stap verder op de sonische reis.

    In ‘Issho ni’, het afsluitende van de verzameling van drie recente stukken op Firmament, plaatst Tutschku harmonie centraal. Die construeert hij uit slaapliedjes, folksongs, gezongen gebeden en kinderliedjes uit vele culturen. Tutschku probeert zo te komen tot een utopische eenheid waarin alle etniciteiten samen optreden en veren. Seculier en religieus vloeien samen, postmodern gecomponeerd en eeuwenoud ook, plus: de menselijke stem en elektronische (micro) bewerkingen. De compositie ademt intens ritueel. Niet in het minst omdat Tutschku deze live over vele kanalen om zijn publiek heen uitstuurt. Dat wordt zo passieve getuige van de omringende feestelijkheid; een jubelend Denkmal voor eenheid dat alleen in de verbeelding kan bestaan of muziek die zo tastbaar is als de halve bol die de sterrenhemel boven je vormt als je op je rug in het warme gras ligt?

    Le dernier présent in KindaMuzik

    “Kritiek”, Sven Schlijper, KindaMuzik, October 24, 2015
    Saturday, October 24, 2015 Press

    Kopfkino, een mooi Duits woord dat het werk van Georges Forget puik weet te vangen. De breedte van een cinema, de opeenvolging van scènes, het narratieve karakter, maar dan zonder dat je iets te zien krijgt: allemaal voor in het bolletje, ook met de ogen open trouwens. En dat ergens flipperkast-tikkend tussen academische, gecomponeerde muziek, indie-experiment en contemporaine musique concrète. Het speelt zich bovendien allemaal niet vroeger af, maar nu. Zet de stereo uit en de projector stopt, acuut. Het laatste, ondeelbare heden; daar richt Forget zich volledig op.

    Forget laat zich inspireren door Baudelaire en Jünger, maar net zo goed hoor je de invloed van Pierre Schaeffer en John Cage of Chris Watson en BJ Nilssen. Poëtische literaire ideaalbeelden botsen op feitelijke waarnemingen in noisy fieldrecordings. Gedragen romantiek en stadse zakelijkheid schurken langs elkaar heen in minisymfonieën waarin dramatische dynamiek hoogtij viert. Forget lijkt het de toehoorder liefst niet makkelijk te willen maken, maar schijn bedriegt. Moet er gebakken lucht van gemaakt worden?

    Le dernier présent drukt het oor tegen de speaker. Hoor! Luister! Hier! Onwillekeurig slaat die projector wel aan en dan komen de beelden. Forget registreert en regisseert. Nu eens scherp, dan in een bewust verveegde vaagheid. Tussen de shots schakelt hij van bemoedigend, lieflijk of aanlokkelijk sirenengeschrei naar nachtelijke oorlogshorror en omineuze voetstappen. Kinderlijk dromerige onschuldblikken worden afgewisseld met hectische montages die de elektrische energie van een nooit slapende stad ademen. Daar zie je met je oren.

    Daar zie je met je oren.

    Firmament in Ondarock

    “Recensione”, Michele Saran, Ondarock, October 22, 2015
    Thursday, October 22, 2015 Press

    Tedesco, esperto di sintetizzatore e live electronics, accompagnatore e assistente di Karlheinz Stockhausen, membro dell’Ensemble For Intuitive Music Weimar, frequentatore di svariati workshop europei, artista multimediale, Hans Tutschku prosegue con Firmament (seguito di Moment, 1999, e Migration, 2007) il ciclo ottennale delle sue raccolte personali.

    Firmament — schlaflos, 20 minuti, è un poema acusmatico che alterna gradinate di dissonanze, anche atroci e raggiungenti masse critiche prima di detonare nel nulla, a una quiete canora totale, sorta di canto orfeico nell’Ade a redimere le belve primordiali, via via trasformate in lamenti di spiriti incorporei.

    Alla fine le due dimensioni trasfigurano assieme. La mezz’ora dedicata alle voci umane Issho ni, suona come un marasma, a metà via tra messa universale e babele apocalittica, che raduna i canti della storia dell’uomo (preghiere, odi popolari, ninnenanne, arie d’opera etc.) con un umore ancestrale e quasi millenario. Il cd include anche i 10 minuti di Klaviersammlung, coagulo di risonanze all’inside piano post-processate freneticamente, allucinate e acquatiche.

    Con un raggio temporale che va dal 2010 al 2014, sono componimenti che descrivono un paradigma che ha i crismi del classico a tecnica mista. Niente freddi risvolti programmatici, e nemmeno puro istinto gestuale, nella visione del ricercatore. Piuttosto una calibrata mistura di suoni e codici che generano un’argentea crisalide fatta d’algoritmi.

    Realizzato per l’Harvard University for Electroacoustic Composition, premiere in Germania e Giappone.

    7,5

    Growl in O domínio dos deuses

    “Discos”, Pedro Portela, O domínio dos deuses, October 20, 2015
    Tuesday, October 20, 2015 Press

    Growl! não é fácil! Assim, logo de imediato, para não haver dúvidas ao que vem o sueco Åke Parmerud neste seu segundo álbum, cujo ponto de partida é sempre a mecanicidade dos sons da era moderna.

    Este pressuposto de que o homem está exposto em permanência ao som opressivo das suas próprias invenções — que dominam o ambiente acústico e que causam o desconforto oposto ao objectivo de conforto que lhes está na origem — ocupa as construções sónicas deste álbum, feito de ruídos, rupturas, assincronias, estruturas complexas e de quase nada que se assemelhe a um formato estruturado de composição tradicional.

    Repetições de ritmos a uma velocidade variável, microruídos de electrónica que parecem obedecer apenas à regra da aleatoriedade, sons de origem de difícil identificação em falência permanente, glitches analógicos de um qualquer disco de vinil, cantos de pássaros massacrados pela opressão eléctrica do processamento analógico. Tudo é matéria de construção sonora, imiscuída por sons de instrumentos, como o baixo ou uma guitarra que se aproxima do heavy-metal, mas sem que aparente haver um fio condutor que não o caos gutural de uma sociedade moderna em crise de finalidade.

    De tudo isto, em escombros, se faz a aridez de Growl!, cuja audição é uma experiência sónica extrema, mas absolutamente única.

    De tudo isto, em escombros, se faz a aridez de Growl!, cuja audição é uma experiência sónica extrema, mas absolutamente única.
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9